Stichting Aeolus Fonds

Column - Vóór of tegen Europa

Ton Beune, algemeen directeur Raedthuys Groep

We mochten weer stemmen op 4 juni jl. Maar hadden we wel echt wat te kiezen? Daar kom ik zo op, maar eerst even het volgende, opvallende fenomeen.

Zodra de eerste uitslagen binnenkomen, roepen vrijwel alle politici dat ze gewonnen hebben. Dat geldt natuurlijk in de eerste plaats voor de winnaars, al heb je ook daar gradaties in. Want de een heeft nou eenmaal meer gewonnen dan de ander. Dan heb je de partijen die gelijk zijn gebleven. Ook die hebben eigenlijk gewonnen, want anderen hebben ècht verloren! Bij de verliezers valt het verlies meestal mee, dus dat is pure winst. Iedereen lijkt dus gelukkig, hoewel met name de sociaal-democraten het in Europa knap moeilijk hadden om deze keer nog een lichtpuntje te vinden. Maar wat hebben wij er als samenleving mee gewonnen?

Vóór of tegen Europa

De algemene teneur is dat vooral partijen met een duidelijk standpunt hebben gewonnen. Da’s mooi, kiezers hebben op dit moment blijkbaar behoefte aan duidelijkheid. Het zijn immers onzekere tijden. En misschien wel daarom kan ik een gevoel van teleurstelling toch niet onderdrukken. Want het ging in de campagne eigenlijk niet of nauwelijks over de ècht grote, maatschappelijke issues. Het ging vooral over ‘vóór of tegen Europa’ of ‘vóór of tegen Turkije’, waarbij ik mij niet aan de indruk kan onttrekken dat xenofobie en bescherming van de eigen markt en economie leidende principes zijn. Of om de vertaling vanuit de landelijke politiek, niet alleen in Italië (Berlusconi) of Groot Brittannië (declaraties) maar ook in ons eigen land. Waarom zaten eigenlijk bij het afsluitend debat de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer aan tafel, en niet de lijsttrekkers bij de Europese verkiezingen? Hadden ze niets te vertellen? Of hebben ze binnen hun partij sowieso niets te vertellen?

Dit is in mijn ogen een gemiste kans voor Europa. Ik zei al, het zijn onzekere tijden. En juist dan valt er wel degelijk veel te kiezen. Sterker nog, moét er gekozen worden! Dit is hèt moment voor een trendbreuk, voor een fundamentele sociale verandering. Kunnen we de slag maken van een door bonussen en financiële fata morgana’s gestuurde economie naar een op duurzaamheid geënt stelsel, ingebed in een duurzame samenleving? Daar hadden de verkiezingen over moet gaan, juist omdat we dat in Europa gezamenlijk moeten aanpakken. Daarin had duidelijk kunnen worden waarin Europa zich onderscheidt van andere werelddelen. Kiezen we voor het beschermen en op de been houden van de bestaande structuren, of durven we te investeren in een nieuwe, duurzame samenleving?

Dat gaat verder dan de vraag of we bestaande automobielfabrieken overeind moeten houden. Al is de zorg over de werkgelegenheid begrijpelijk en terecht. Maar is het dan niet juist een goed moment om na te denken over een andere, verantwoorde invulling van onze individuele behoefte aan mobiliteit. Er worden miljarden beschikbaar gesteld aan de financiële sector, waarbij wordt benadrukt dat het geen subsidie is, maar geld dat in de toekomst terug zal vloeien in de staatskas. Stel nu eens dat ook voor duurzaamheid dergelijke bedragen beschikbaar zouden komen. Voor energiebesparing. Voor investeringen in nieuwe, duurzame producten en productiemethodes. Voor de transformatie naar een duurzame economie en een duurzame energievoorziening. Dat is pas echt een investering die zich in de toekomst terug zal betalen. Niet alleen in Euro’s, maar ook in de kwaliteit van onze samenleving. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor onze kinderen en kleinkinderen.

Daarover hadden de lijsttrekkers zich moeten uitspreken, dan hadden we echt wat te kiezen gehad! Nu konden we alleen maar stemmen. En 60% van de Europeanen vond zelfs dat niet de moeite waard.

Ik ga ervan uit dat herstel van vertrouwen in het financiële systeem hoog op de politieke agenda staat van het nieuwe Parlement. Mag er ook een paragraafje besteed worden aan herstel van vertrouwen in het politieke systeem?