Stichting Aeolus Fonds

Werken aan een positief beeld van de natuur

Zilvervosdwerg, Hollanderdwerg en Nederlandse Hangoordwerg. Al deze konijnensoorten zijn te bewonderen op Kinderboerderij ’t Veldje in het Brabantse Rosmalen nabij ’s Hertogenbosch. En  gelukkig is het Roodoogpooltje nog knuffelbaar voor de kinderen.

Zilvervosdwergen, Roodoogpooltjes. Bijzondere namen voor dieren. Je moet er maar van gehoord hebben. Anders weet je ook niet of ze knuffelbaar zijn. En hoe zit dat met de Virginische boomkwartel, de Indische Loopeend en de helmparelhoender. Vorzitter Theo Kappen van het Stichtingsbestuur van Kinderboerderij ’t Veldje is in hoge mate trots op de hoge knuffel- en aaibaarheidsfactor van de dieren op en om ’t Veldje.

Voelen, ruiken, proeven. ‘Het is voor kinderen  van wezenlijk belang om al hun zintuigen te mogen gebruiken in het ontdekken van de natuur. In dat opzicht zijn we een gewone standaardkinderboerderij en dat willen we heel graag zijn. Verzorgen, voeren, poepruimen, dat zijn de centrale thema’s van een kinderboerderij. Daar liggen onze kernactiviteiten.

In Den Bosch bleek weinig natuur- en milieueducatie te zijn. Dat bleek uit een onderzoek van de Hogere Agrarische School. In 2007 heeft de gemeente ’s Hertogenbosch daarom kinderboerderij ’t Veldje uitgeroepen tot ‘Kandidaat Educatieve Kinderboerderij’. De gemeente stelde een aantal voorwaarden om een extra subsidie ter beschikking te stellen. Eén van die voorwaarden was dat er een educatieve ruimte gemaakt moest worden waar basisscholen met een hele klas gebruik van zouden kunnen maken. Inmiddels is men druk in gesprek met diverse scholen om speciale lespakketten samen te stellen voor na-schoolse-opvang-programma’s. Maar dat niet alleen. Ook voor het basisonderwijs worden lespakketten samengesteld zodat klassen, onder begeleiding van hun eigen leraren, thematische lessen kunnen volgen in natuur- en milieueducatie.

De 4500 euro die Kinderboerderij ’t Veldje heeft ontvangen van Stichting Aeolus wordt voor een deel voor het bouwen van deze educatieve ruimte. Een ander deel wordt gebruikt voor de aanschaf van somoplastmodellen, dat zijn demonstratiemodellen van dieren die worden gebruikt in het onderwijs. En last but not least: de educatieve ruimte zal moeten worden ingericht. Er zijn wandposters nodig, er moeten loepjes en microscroopjes waar de kinderen door heen kunnen kijken om van het kleine dierenleven te genieten. Samen met een biologieleraar van het Koning Willem I College wordt er gewerkt aan een duurzame invulling van de educatieve ruimte  met warmtewisselaars. Er wordt gekeken in hoeverre gebruik gemaakt kan worden van duurzame energievormen als windenergie.

Voorzitter Kappen hoopt dat hij invulling kan geven aan de educatieve duurzaamheid in samenspraak met tal van natuur- en milieuorganisaties in Den Bosch en omgeving: de bijenhouders, de vogelwacht, de natuurwacht en diverse natuur- en milieugroepen. Tenminste met die natuur- en milieugroepen die er aan meewillen werken dat kinderen, cq jongeren een onomstoten positief beeld van de natuur overhouden. Kappen is zich ervan bewust dat er diverse milieuorganisaties zijn die nogal politiek gekleurd zijn. Het is in zijn ogen terecht dat deze organisaties mensen willen waarschuwen voor de gevolgen van de milieuverontreiniging en het aanleggen van snelwegen. Maar deze aandacht voor natuur en milieu is niet de aandacht die hij voor ogen heeft als het om de educatieve aspecten van Kinderboerderij ’t Veldje gaat.

In hun latere leven mogen kinderen zelf kleur aan hun maatschappelijke keuzes geven.  Maar Kappen bedoelt met die onomstoten positieve kijk op de natuur dat kinderen in ‘zijn’ kinderboerderij er warm voor leren lopen te ontdekken waar paddenstoelen groeien, hoe fijn het is om met dieren te knuffelen, wanneer het voorjaar wordt en er nieuw leven begint te bloeien. Duurzaamheid is het zaaien van een positief gevoel over natuur en milieu bij kinderen in de hoop dat ze later in hun leven kunnen gaan oogsten.